ECLI:NL:GHAMS:2014:2986
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake dwangsom en teruglevering bedrijfspand zonder koopovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen betreffende een bedrijfspand te IJmuiden. De voorzieningenrechter had eerder [geïntimeerde] veroordeeld tot afname van het pand tegen betaling van € 420.000, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde [appellant] tot medewerking aan teruglevering van het pand en terugbetaling van de koopsom, met een dwangsom.
[Appellant] verzocht het hof om de dwangsom op te heffen of te verminderen wegens financiële onmogelijkheid om aan de veroordeling te voldoen. Hij overlegde onder meer een voorlopige aanslag inkomstenbelasting, een toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand en een afwijzing van een hypotheekaanvraag.
Het hof oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende bewijs vormden. [Appellant] had niet concreet aangetoond welke financiële belemmeringen hem verhinderen te voldoen aan de veroordeling. Ook ontbrak duidelijkheid over het gebruik van de reeds ontvangen koopprijs en de waarde van zijn onroerende zaken.
Daarom wees het hof het verzoek tot opheffing of vermindering van de dwangsom af en veroordeelde [appellant] in de proceskosten. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 22 juli 2014.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing of vermindering van de dwangsom af en veroordeelt [appellant] in de proceskosten.