ECLI:NL:GHAMS:2014:2983
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing tuchtrechtelijke klacht over nalatenschapnotarissen
Klaagster heeft een tuchtrechtelijke klacht ingediend tegen notarissen vanwege vermeende nalatigheid en slechte communicatie bij de afwikkeling van de erfenis van haar moeder. De klacht omvat onder meer trage behandeling, het te laat doen van belastingaangiften met boetes tot gevolg, het inschakelen van een fiscaal adviesbureau zonder toestemming, slecht dossierbeheer, en een te hoge declaratie.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond. Klaagster stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het hof heeft de zaak behandeld en de stukken van de kamer bestudeerd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht tijdens de zitting.
Het hof oordeelt dat de notarissen niet zodanig nalatig of traag hebben gehandeld dat sprake is van een tuchtrechtelijk verwijt. De opdracht aan de notarissen voor het doen van belastingaangiften is pas medio juli 2011 gegeven, waarna stukken zijn opgevraagd. De klachten over communicatie en declaraties zijn onvoldoende onderbouwd om de beslissing van de kamer te wijzigen.
Het hof bevestigt daarom de bestreden beslissing van de kamer en verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond. De vordering tot nietigverklaring van de nota en vergoeding van schade wordt afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de notarissen wordt deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard; de vorderingen van klaagster worden afgewezen.