ECLI:NL:GHAMS:2014:276
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-tuchtrechtelijk handelen van notaris bij afwikkeling nalatenschap
De zaak betreft een hoger beroep van klager tegen een beslissing van de kamer van toezicht over notarissen, waarin de klacht tegen de notaris werd afgewezen. Klager verwijt de notaris onder meer dat hij te laat is geïnformeerd over zijn erfgenaamschap, naliet de inboedelgoederen te inventariseren en waarderen, en onterecht toestond dat de zus van klager zich als executeur opwierp.
Het hof oordeelt dat het handelen van de notaris, hoewel het beter had gekund, niet tuchtrechtelijk laakbaar is. De notaris werd pas in januari 2010 benaderd om de nalatenschap af te wikkelen en had pas na vijf maanden alle benodigde informatie. Het niet inventariseren van inboedelgoederen is niet verwijtbaar omdat er geen schriftelijke afspraken waren gemaakt over de bewaring. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat klager buiten de verdeling van de inboedel is gehouden.
Verder kan de notaris niet worden verweten voor de hoogte van de begrafeniskosten, noch voor het toestaan van de zus als executeur, aangezien de gemeente Amsterdam de benoeming tot executeur niet aanvaardde en de uitvaart al geregeld was voordat de notaris betrokken raakte. Het hof bevestigt daarom de eerdere beslissing en verklaart de klacht ongegrond.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard en het handelen van de notaris is niet tuchtrechtelijk laakbaar.