ECLI:NL:GHAMS:2014:2699
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- A.V.T. de Bie
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagskwestie na beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarig kind
Partijen, een man en een vrouw die tot eind 2011 een relatie hadden, zijn in hoger beroep gegaan tegen een beschikking waarbij het gezamenlijk gezag over hun kind [kind a] werd beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de vrouw werd toegekend. De man heeft een verleden van alcoholverslaving, maar stelt dat hij succesvol behandeld is en inmiddels nuchter is, met regelmatige bezoeken aan meetings en omgang met de kinderen.
De vrouw betwist de betrouwbaarheid van de man vanwege eerdere terugvallen en onverantwoordelijk gedrag, zoals drinken in het bijzijn van de kinderen en rijden onder invloed. Zij vreest dat het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico inhoudt voor het kind, zeker indien zij zou komen te overlijden.
Tijdens de zitting in hoger beroep heeft de man verzocht om uitstel van de behandeling om te bewijzen dat hij nuchter kan blijven en betrokken kan zijn bij de kinderen. De vrouw stemde hiermee in, mede in het belang van het kind. Het hof besloot daarom de behandeling pro forma aan te houden tot 19 juli 2015, met het verzoek aan partijen om uiterlijk een week daarvoor schriftelijk te rapporteren over de stand van zaken en het verdere verloop van de procedure.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt pro forma aangehouden tot 19 juli 2015 om de man de gelegenheid te geven zijn nuchterheid en betrokkenheid te bewijzen.