Uitspraak
mr. J.B. Maliepaardte Bleiswijk,
mr. I.M.C.A. Reinders Folmerte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak gaat het om het hoger beroep van appellant tegen Dexia Nederland B.V. betreffende de vernietiging van twee effectenleaseovereenkomsten. Appellant stelt dat zijn ex-echtgenote, [X], rechtsgeldig de overeenkomsten heeft vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. Dexia betwist dit en voert aan dat het vernietigingsrecht was verjaard omdat [X] reeds langer dan drie jaar vóór de vernietigingsverklaring op de hoogte was van de leaseovereenkomsten.
De rechtbank had een bewijsvermoeden aangenomen dat [X] door kennisneming van bankafschriften op de hoogte was, en appellant was niet geslaagd in het ontzenuwen daarvan. In hoger beroep heroverweegt het hof dit bewijsvermoeden en oordeelt dat appellant en [X] voldoende tegenbewijs hebben geleverd dat [X] geen kennis nam van de relevante bankafschriften. De inconsistenties in verklaringen worden door het hof niet als doorslaggevend ongeloofwaardig beoordeeld.
Het hof concludeert dat de vernietigingsverklaring niet verjaard is en dat de leaseovereenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van de aan haar betaalde bedragen, verminderd met reeds uitgekeerde bedragen, met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding. De overige grieven behoeven geen behandeling en de kosten worden aan Dexia opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart de effectenleaseovereenkomsten rechtsgeldig vernietigd en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met rente en kosten.