Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. P.F.M. Deijkerste Hoorn,
mr. M.V. Vermeijte Alkmaar.
Gerechtshof Amsterdam
Geerling Vastgoed is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Alkmaar betreffende een geschil met de curator in het faillissement van New Tulip Holding B.V. Geerling Vastgoed vordert betaling van een bedrag van €308.697,90 met rente en kosten.
Tijdens het hoger beroep heeft de curator voor het eerst aangevoerd dat de bedrijfsgebouwen die New Tulip Holding gebruikte voor een bloembollenbedrijf werden ingezet, waardoor sprake is van pacht en niet van huur. De directeur van Geerling Vastgoed betwistte dit, stellende dat alleen gebouwen en geen land waren verhuurd.
Uit de zitting bleek dat New Tulip Holding bloembollen kweekte op gepachte gronden van derden en dat de bedrijfsgebouwen, waaronder kassen, volledig waren ingericht voor het verwerken en broeien van bloembollen. De maandelijkse vergoeding bedroeg €13.090. Op grond van de artikelen 7:311-7:313 BW is vastgesteld dat er een pachtovereenkomst is gesloten. De kantonrechter en het hof zijn daarom niet bevoegd kennis te nemen van de vorderingen, en de zaak wordt verwezen naar de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem wegens kwalificatie als pacht en niet huur.