ECLI:NL:GHAMS:2014:2409
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- W.J. van den Bergh
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepassing Russisch huwelijksvermogensrecht en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 2002 in Moskou gehuwd en hun huwelijk is in 2013 ontbonden. In eerste aanleg werd het huwelijksvermogensregime deels Russisch en deels Nederlands recht toegepast. De vrouw kwam in hoger beroep tegen een deel van de beschikking, onder meer over partneralimentatie, hypotheekrente en de verdeling van aandelen in ondernemingen van de man.
De vrouw stelde dat de arbeid van de man in zijn privébedrijven onder artikel 37 van Pro het Russische Familierecht valt, waardoor de waarde van deze aandelen gemeenschappelijk vermogen zou zijn. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat het aangebrachte vermogen en waardestijging daarvan aan de man toekomen.
Het hof bevestigde dat de vrouw ontvankelijk is in haar hoger beroep, ook ten aanzien van de vermogensrechtelijke afwikkeling, en besloot de procedure te splitsen. De geschilpunten over partneralimentatie worden in een aparte zaak verder behandeld, terwijl de vermogensrechtelijke kwestie wordt aangehouden voor een nadere mondelinge behandeling. Partijen werden verzocht hun beschikbaarheid op te geven voor de periode juni tot oktober 2014.
Uitkomst: Het hof verklaart de vrouw ontvankelijk in hoger beroep en splitst de procedure, waarbij de vermogensrechtelijke kwestie wordt aangehouden voor nadere behandeling.