ECLI:NL:GHAMS:2014:2346
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verhuurder voor kapotgevroren sprinklerkop in gehuurde bedrijfsruimte
In deze zaak huurt [appellant] sinds 2000 een bedrijfsunit met een container van de Beverwijkse Bazaar. In de container werd op kosten van [appellant] een binnen-sprinklerkop geïnstalleerd, die in 2010 door bevriezing ging lekken en schade veroorzaakte aan de voorraad. De vraag was of dit een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW Pro opleverde en of de verhuurder aansprakelijk was.
De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een gebrek, maar wees de vorderingen van [appellant] af vanwege exoneratieclausules. In hoger beroep bevestigde het hof dat de binnen-sprinklerkop ongeschikt was voor de onverwarmde container en dus een gebrek vormde. Echter, de verhuurder had geen grove schuld of kennis van het gebrek, mede omdat de installatie was uitbesteed aan een deskundige partij en regelmatig werd geïnspecteerd.
Het hof verwierp ook het beroep op onrechtmatige daad en het argument dat de exoneratie onredelijk was. De exoneratieclausules waren rechtsgeldig en niet onredelijk bezwarend, mede omdat [appellant] verzekerd was en een deel van de schade vergoed kreeg. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd, waarbij [appellant] de kosten van het principaal appel draagt en de Bazaar de kosten van het incidenteel appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens geldige exoneratie en ontbreken van grove schuld of kennis van het gebrek door de verhuurder.