ECLI:NL:GHAMS:2014:2323
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D. Kingma
- D.J. van der Kwaak
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kennelijk onredelijk ontslag en loonvorderingen wegens onvoldoende werkplekaanpassing
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer tegen zijn werkgever inzake loonvorderingen en de beoordeling van een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. De werknemer, die door een ongeluk lichamelijke beperkingen heeft, stelde dat zijn werkplek onvoldoende was aangepast, waardoor hij zijn werkzaamheden niet kon verrichten en recht had op loonbetaling over die periode.
De kantonrechter wees de meeste vorderingen af, behalve een deel van het loon en vakantiegeld en een tantième. Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat de werkplek adequaat was aangepast, ondanks adviezen van een ergonoom en het UWV die het tegendeel stelden. Hierdoor lag het risico van niet kunnen werken bij de werkgever.
Verder stelde het hof vast dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de lange diensttijd, leeftijd en handicap van de werknemer, en de onvoldoende begeleiding en outplacementvergoeding. De schadevergoeding werd begroot op €7.500 netto. Ook werden de loonvorderingen en niet-genoten vakantiedagen toegewezen, met een matiging van de wettelijke verhoging tot 20%. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de vorderingen toegewezen zoals vermeld.
Uitkomst: Het hof verklaart het ontslag kennelijk onredelijk en veroordeelt de werkgever tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en een schadevergoeding van €7.500 netto.