Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
11 maart 2014
mr. A.E. Martinez Linnemannte [vestigingsplaats].
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarin zijn wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds werd beëindigd zonder hem de schone lei te verlenen. Hij stelde zich wel aan zijn verplichtingen te hebben gehouden tot ernstige problemen in zijn huwelijk en voerde persoonlijke omstandigheden aan die zijn tekortkomingen verklaren.
De bewindvoerder stelde dat verzoeker niet voldeed aan zijn informatieverplichtingen vanaf januari 2013, geen financiële gegevens verstrekte, geen gelden meer op de boedelrekening stortte vanaf april 2013 en dat een aanzienlijke boedelachterstand was ontstaan. Tevens was een nieuwe schuld aan het UWV ontstaan.
Het hof oordeelde dat de schuldenaar verwijtbaar tekortgeschoten is in zijn verplichtingen, onvoldoende medewerking heeft verleend en geen concreet plan heeft aangedragen om de tekortkomingen te verhelpen. Ondanks begrip voor zijn persoonlijke situatie blijft hij verantwoordelijk en had hij professionele hulp moeten inschakelen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en nieuwe schulden.