Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
24.1 This Agreement shall be interpreted and enforced in accordance with the laws of the United Kingdom.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer van Ierse nationaliteit die van maart 2007 tot juli 2010 in dienst was bij het Engelse bedrijf Levy Associates Limited. De werknemer verrichtte werkzaamheden in Nederland voor een project bij ABN AMRO. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst stelde hij dat het BBA van toepassing was en dat zijn ontslag nietig of vernietigbaar was.
De kantonrechter had geoordeeld dat het BBA niet van toepassing was vanwege de geringe betrokkenheid van de Nederlandse sociaal-economische verhoudingen bij de arbeidsovereenkomst. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het BBA bescherming biedt tegen sociaal ongerechtvaardigd ontslag, maar dat dit alleen geldt indien er een substantiële band is met Nederland.
Het hof weegt mee dat de arbeidsovereenkomst was gesloten onder Engels recht, dat de werknemer niet tot een zwakke groep op de arbeidsmarkt behoort, en dat de arbeidsovereenkomst gekoppeld was aan een tijdelijk project. Hoewel de werknemer in Nederland woonde en solliciteerde, was de band met Nederland onvoldoende om het BBA toe te passen.
Ook het beroep op artikel 7:655 BW Pro en de ABU-cao wordt verworpen omdat de arbeidsovereenkomst onder Engels recht viel en de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd waarom deze bepalingen van toepassing zouden zijn.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat het BBA niet van toepassing is, waardoor het ontslag rechtsgeldig is.