ECLI:NL:GHAMS:2014:1603
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D. Radder
- J.A.M. de Wit
- J.M. Bruins
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring OM wegens termijnoverschrijding in jeugdstrafzaak
In deze zaak stond de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie centraal wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van een jeugdstrafzaak. De verdachte werd verdacht van onder meer het verwerven van een gestolen auto, diefstal van diesel, het veroorzaken van een verkeersongeval en doorrijden na ongeval.
De rechtbank had de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat de behandeling van de zaak bijna 23 maanden duurde, terwijl de norm voor jeugdigen 16 maanden is. De advocaat-generaal stelde echter dat deze overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid mag leiden, maar moet worden verdisconteerd in de strafmaat.
Het hof overwoog dat de overschrijding zeer fors was, maar dat niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is, namelijk bij grove veronachtzaming van het recht op een eerlijke behandeling. De Hoge Raad heeft bepaald dat ook in jeugdzaken de sanctie voor termijnoverschrijding doorgaans een strafvermindering is.
Het hof concludeerde dat de rechtbank ten onrechte het OM niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde het vonnis. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank om opnieuw recht te doen met inachtneming van het arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank, waarbij het OM ontvankelijk wordt verklaard ondanks de termijnoverschrijding.