Uitspraak
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
opzettelijkonjuiste informatie met betrekking tot de einddatum van de tussen BP en [X] geldende huurovereenkomst heeft gegeven. Evodam was te bewijzen opgedragen, zakelijk, dat zij te dezen door BP was misleid. Zij diende aldus ook voormeld opzet van BP te bewijzen. Dat heeft zij echter niet gedaan. Met zijn redenering dat niet is gesteld of gebleken dat de verkeerde opgave door BP van de einddatum van haar huurovereenkomst met [X] op een vergissing berustte, dat dit hem ook volstrekt onaannemelijk voorkomt en dat BP die informatie willens en wetens onjuist moet hebben verstrekt heeft de kantonrechter dit miskend. Omdat zij in hoger beroep geen (nader) concreet bewijsaanbod op dit punt heeft gedaan, is de conclusie dat Evodam niet op grond van bedrog de bepalingen in de exploitatieovereenkomst en de bijzondere voorwaarden met betrekking tot duur en einde van die overeenkomst kon en kan vernietigen. Hieraan doet - anders dan Evodam betoogt - niet af de enkele omstandigheid dat Gulf c.s. in eerste aanleg hebben gesteld dat BP “van aanvang af” wist dat haar huurovereenkomst met [X] niet per 31 december 2008 zou eindigen, reeds omdat die opmerking de mogelijkheid van een vergissing bij BP ten tijde van het verschaffen van de bewuste informatie openlaat.
grief I in principaal appelaan de kantonrechter gemaakte verwijt dat deze in het tussenvonnis heeft overwogen dat Evodam zich op bedrog als vernietigingsgrond heeft beroepen.
grief II in principaal appelook voor het overige faalt, evenals
grief III in principaal appel, voor zover op de primaire vordering in reconventie betrekking hebbend.