ECLI:NL:GHAMS:2014:1480
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C. Meijer
- R. H.C. van Harmelen
- A. Bockwinkel
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof oordeelt over exoneratiebeding in aannemingsovereenkomst bij graafwerkzaamheden op gehuurd terrein
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal van Gabo Nederland B.V. voor schade veroorzaakt door graaf- en bronbemalingswerkzaamheden op het perceel van appellante, eigenares van het terrein waarop de werkzaamheden plaatsvonden.
Appellante verhuurde het perceel aan Sakko B.V., die een aannemingsovereenkomst sloot met Gabo voor vervanging van brandstoftanks. Na de werkzaamheden ontstonden verzakkingen aan het garagepand van appellante, die Gabo aansprakelijk stelde. Gabo beriep zich op een exoneratiebeding in haar overeenkomst met Sakko, dat volgens haar ook tegenover appellante zou gelden.
De rechtbank wees de vorderingen van appellante af op basis van het exoneratiebeding, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt dat contractuele bedingen in principe alleen tussen contractspartijen gelden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Het hof concludeert dat Gabo niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op instemming van appellante met het exoneratiebeding, omdat er geen contact was voorafgaand aan de werkzaamheden en appellante niet op de hoogte was van het beding.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en veroordeelt Gabo tot betaling van € 9.044,40 aan appellante, vermeerderd met wettelijke rente, en draagt Gabo op de proceskosten van beide instanties te vergoeden. De vorderingen van Gabo tot terugbetaling van voorschotten worden afgewezen.
Uitkomst: Gabo wordt aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van €9.044,40 schadevergoeding plus rente aan appellante.