ECLI:NL:GHAMS:2014:1472
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over weigering sociale woning vanwege openstaande huurschuld en beschermingsbewind
Appellante huurde tot augustus 2011 een woning bij Pré Wonen, die ontruimd werd wegens huurachterstand. Zij verbleef daarna bij kennissen en kreeg in december 2012 urgentie voor woonruimte toegekend. Woonopmaat bood haar in januari 2013 een woning aan onder voorwaarde van een verhuurdersverklaring, die een openstaande huurschuld van €4.567,51 bij Pré Wonen vermeldde. Woonopmaat weigerde de woning toe te wijzen vanwege deze schuld.
Appellante startte een kort geding en vorderde dat Woonopmaat haar een passende woning zou aanbieden. De voorzieningenrechter wees de vordering af, stellende dat Woonopmaat geen verplichting heeft om zonder meer een huurovereenkomst te sluiten met urgent woningzoekenden die een huurschuld hebben. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat zij mogelijk onder beschermingsbewind stond ten tijde van het instellen van het beroep.
Het hof vroeg nadere inlichtingen over het bestaan en de reikwijdte van het beschermingsbewind, omdat dit gevolgen kan hebben voor de ontvankelijkheid van het beroep. Het hof besloot de zaak aan te houden en verwees naar de rol voor het nemen van een akte met de gevraagde informatie. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof heeft het hoger beroep aangehouden en verzocht om nadere informatie over het beschermingsbewind van appellante.