Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
7.Warranties
8.Lease Agreements, rental guarantee with regard to Vacancy
3.Beoordeling
grief 1 in het principaal appelkomt Warburg op tegen de hiervoor onder 3.3 (a) samengevatte overweging. Warburg betoogt dat de vordering tot herstel van de vloer wel haar (“cause”, dat wil zeggen:) oorzaak heeft in de periode voor het sluiten van de koopovereenkomst, ook al is die vordering door de kantonrechter op grond van de onderhoudsverplichting van de verhuurder toegewezen. Al ver voordat Flexabram en Warburg de koopovereenkomst sloten was duidelijk dat aan de vloer een ernstig gebrek kleefde. Warburg verwijst in dit verband naar de overweging van de kantonrechter in het eindvonnis in de hoofdzaak, dat het gebrek aan de vloer al bestond ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst. Overigens was ook in het ingetrokken kort geding de onderhoudsverplichting al een grondslag van de vordering tot herstel, aldus Warburg.
laatste grief in het principaal appelis een veeggrief zonder zelfstandige betekenis.
incidentele griefbetoogt Flexabram dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat bij de vrijwaring natuurlijk is gedacht aan de proceskosten en haar ten onrechte heeft veroordeeld tot betaling van het aandeel van Warburg in de deskundigenkosten in de hoofdzaak, van een bedrag van € 5.500,= aan buitengerechtelijke kosten en van de gedingkosten in de vrijwaring. Uit hetgeen hiervoor werd overwogen volgt reeds dat deze grief tevergeefs is voorgedragen.