ECLI:NL:GHAMS:2014:1405

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 april 2014
Publicatiedatum
23 april 2014
Zaaknummer
200.122.357/01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klager niet-ontvankelijk in klacht tegen notaris wegens eerdere beoordeling

Klager heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer van toezicht over notarissen, waarin zijn klacht tegen de notaris ongegrond werd verklaard. De klacht betrof een vermeende misleiding door de notaris omtrent een opdracht tot uitbetaling op een ervenrekening.

De notaris heeft geen verweerschrift ingediend. Tijdens de openbare terechtzitting heeft klager zijn standpunten toegelicht. Het hof heeft de stukken van de eerdere klachtprocedure en de civiele procedure tussen klager en de notaris bestudeerd.

Het hof oordeelt dat de onderhavige klacht reeds aan de orde is geweest in een eerdere klachtprocedure die heeft geleid tot een beslissing van het hof in 2011. Hierdoor kan klager niet opnieuw een klacht over hetzelfde handelen door de tuchtrechter laten beoordelen. Daarnaast kunnen nieuwe aanvullingen op de klacht niet in behandeling worden genomen omdat het hof alleen de zaak zoals die in eerste aanleg aan de orde was, kan beoordelen.

Daarom verklaart het hof klager niet-ontvankelijk in zijn klacht en vernietigt de bestreden beslissing, waarna het zelf de niet-ontvankelijkheid uitspreekt. Verdere aangevoerde punten blijven onbesproken omdat deze niet tot een andere beslissing kunnen leiden.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen de notaris wegens eerdere beoordeling van dezelfde klacht.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.122.357/01 NOT
nummer eerste aanleg : KLN 12.20
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 22 april 2014
inzake
[klager],
met woonplaats te[woonplaats],
appellant,
tegen
[notaris],
notaris te[vestigingsplaats],
geïntimeerde.

1.Geding in hoger beroep

1.1.
Van de zijde van appellant (hierna: klager) is bij een op 22 februari 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de (aan deze beslissing gehechte) beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 18 februari 2013, waarbij de klacht van klager tegen de notaris ongegrond is verklaard.
1.2.
De notaris heeft geen verweerschrift ingediend.
1.3.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 3 april 2014. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnotitie.

2.Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.Klacht

Klager heeft de notaris in hoofdzaak verweten dat deze in een eerdere procedure de kamer en het hof heeft misleid toen hij stelde dat hem opdracht was gegeven voor een uitbetaling op een zogenoemde ervenrekening. Uit de processtukken van een civiele procedure van klager tegen de notaris blijkt volgens klager dat zijn moeder niet wist van een opdracht tot betaling (klacht van 19 september 2012) en dat de notaris wist dat er geen vruchtgebruik was (aanvulling klacht van 19 december 2012).

4.Verweer

De notaris heeft geen verweer gevoerd.

5.Beoordeling

5.1.
De onderhavige uitbetaling en het ontbreken van een opdracht daartoe, is aan de orde geweest in de klachtprocedure die heeft geleid tot de beslissing van dit hof van 3 mei 2011 (zaaknummer 200.076.156/01). Deze omstandigheid staat eraan in de weg dat klager een nieuwe klacht over de notaris met betrekking tot dit handelen door de tuchtrechter kan laten beoordelen.
5.2.
De onderdelen waarmee klager zijn klacht in hoger beroep heeft aangevuld, moeten buiten behandeling blijven omdat het hof alleen de zaak, zoals die in eerste aanleg aan de orde is geweest, opnieuw in volle omvang beoordeelt.
5.3.
Gelet op het voorgaande behoort klager alsnog niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn klacht.
5.4.
Hetgeen verder nog naar voren is gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing.

6.Beslissing

Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
- opnieuw rechtdoende, verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.M.A. Verscheure en A.A. van Berge en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 april 2014 door de rolraadsheer.