Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
€ 1.072.404,-, althans een bedrag dat het hof juist acht;
€ 534.202,-, althans € 459.202,-, althans een bedrag dat het hof juist acht;
- uitvoerbaar bij voorraad – de vader zal veroordelen in de proceskosten.
2.Feiten
3.Beoordeling
dat wijlen de echtgenoot van partij II(hof: erflaatster)
, de heer [x], tot aan zijn overlijden op 18 mei 1996 een onderneming heeft gedreven genaamd [naam bedrijf];
dat de omzet van de voornoemde onderneming sinds het overlijden van de heer [x] aanzienlijk terugliep waardoor de financiële situatie zodanig verslechterde dat zonder externe financiering een faillissement onontkoombaar zou zijn;
dat het enige activum met waarde het onroerend goed van de onderneming was, welk goed gelegen was aan [adres], kadastraal bekend: [1] (hierna: het onroerend goed);
dat partij I(hof: de dochter)
sedert januari 1996 uit eigen middelen voor financiering van de onderneming heeft zorggedragen, op een zodanige wijze dat de ondernemingsschulden konden worden betaald;
dat partij I en partij II reeds in december 1996 zijn overeengekomen dat partij I voor voornoemde financiering als vergoeding zou ontvangen een optie tot het verwerven van het onroerend goed;
dat partijen deze reeds in december 1996 gemaakte (…) afspraken thans schriftelijk wensen vast te leggen.
Partij I heeft in december 1996 het recht verkregen om gedurende 10 jaar na datum overeenkomst (december 1996) het onroerend goed te verwerven (hierna: het optierecht).
De uitoefenprijs van het optierecht, is gelijk aan de waarde in het economisch verkeer van het onroerend goed in december 1996, welke waarde in het economische verkeer destijds werd bepaald op ƒ 171.000 (zegge: honderdéénenzeventigduizend gulden).
Partij I verricht met ingang van december 1996 de volgende tegenprestatie voor de verkrijging van het optierecht: het financieren van de onderneming, daar waar dit noodzakelijk was in verband met de geleidelijke afwikkeling van de onderneming; (. . .)”
het volgende registergoed: Een dubbel woonhuis en een enkel woonhuis, met loodsen en erf te [a], [adres], kadastraal bekend [1]; hierna te noemen: “het verkochte”;