Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[gemachtigde],
1.Het geding in hoger beroep
7 oktober 2013 ter griffie van het hof is binnengekomen.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster stelde dat de gerechtsdeurwaarder onvoldoende voortvarend was bij de executie van een vonnis tot betaling door haar schuldenaar. Zij betoogde dat de deurwaarder niet actief op zoek was gegaan naar verhaalsmogelijkheden en inkomstenbronnen, en zich had laten misleiden door mededelingen van de schuldenaar, wat leidde tot verduistering van een kostbare inboedel.
De gerechtsdeurwaarder betwistte deze stellingen gemotiveerd. Het hof oordeelde dat de deurwaarder vanaf september 2006 tot augustus 2009 getracht heeft de vordering te incasseren, met onder meer een succesvol derdenbeslag in 2007. Na september 2008 waren er geen inkomstenbronnen meer bekend. De deurwaarder kon niet overgaan tot executiemaatregelen op een vermeende riante inboedel, omdat de locatie en gegevens daarvan onbekend waren.
Ook het argument dat de schuldenaar inkomsten zou genereren uit diverse ondernemingen werd verworpen, omdat er geen bewijs was van actieve bedrijfsvoering of reële inkomsten. De deurwaarder legde uit dat beslaglegging op een uitkering niet rendabel was vanwege reeds bestaande beslagen. Het hof erkende dat de schuldenaar kunstgrepen gebruikte om verhaalsmogelijkheden te verbergen, maar dit kon de deurwaarder niet worden aangerekend.
De klacht van klaagster werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder is ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.