ECLI:NL:GHAMS:2014:117
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening voorlopige aanslag inkomstenbelasting en heffingskorting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een tweede voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2010, waarbij een bedrag aan heffingsrente werd opgelegd. De inspecteur kwalificeerde het bezwaar als een verzoek om herziening en wees dit gedeeltelijk af. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde, maar het beroep tegen het uitblijven van een uitspraak op bezwaar gegrond verklaarde. Het Hof bevestigt deze uitspraken en behandelt het hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of de (gedeeltelijke) afwijzing van het verzoek om herziening van de voorlopige aanslag terecht is, met name de vaststelling van de gecombineerde heffingskorting op € 957. Het Hof oordeelt dat de inspecteur de wettelijke regeling correct heeft toegepast, waarbij aftrekposten niet altijd volledig kunnen worden verzilverd als het inkomen van de partner daartoe onvoldoende is. Klachten over de billijkheid van deze regeling kunnen niet door de rechter worden beoordeeld, maar dienen aan de wetgever te worden gericht.
Daarnaast is in hoger beroep besproken of de gemachtigde van belanghebbende als beroepsmatig rechtsbijstandverlener kan worden aangemerkt voor proceskostenvergoeding. Het Hof volgt de rechtbank in het oordeel dat dit niet aannemelijk is gemaakt. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens vermeende overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat de procedures binnen de door de Hoge Raad gestelde termijnen zijn afgerond.
De uitspraak bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de aanslag en de afwijzing van de immateriële schadevergoeding, waarbij het Hof de wettelijke kaders strikt toepast en de rechterlijke terughoudendheid bij beoordeling van de billijkheid van fiscale wetgeving benadrukt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.