ECLI:NL:GHAMS:2014:1086
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting door correcte vaststelling eigenwoningschuld 2008
Belanghebbende had voor het jaar 2008 een eigenwoningschuld van €235.000 opgegeven, maar de inspecteur stelde deze vast op €91.000. Belanghebbende kon geen schriftelijk bewijs overleggen dat een verhoging van de hypotheekschuld verband hield met verbetering of onderhoud van de woning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak.
Het Hof bevestigde dat de verhoging van de hypotheekschuld wegens terugbetaling van premies aan het ministerie van VROM geen eigenwoningschuld is in de zin van de Wet IB 2001. Ook werd vastgesteld dat de inspecteur een onjuist totaalbedrag aan rente en kosten had gebruikt bij de berekening van de aftrekbare kosten. Het Hof corrigeerde dit en stelde het belastbaar inkomen bij.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en verlaagde de aanslag en heffingsrente dienovereenkomstig. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 13 maart 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag en heffingsrente worden verminderd op basis van een eigenwoningschuld van €91.000.