ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3898
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- M.P. van Achterberg
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over effectenlease en restschulden na beëindiging leaseovereenkomsten
In deze zaak gaat het om vier effectenleaseovereenkomsten die in november 1999 zijn gesloten tussen geïntimeerde sub 1 en Dexia. Na beëindiging van deze overeenkomsten ontstonden restschulden van in totaal € 20.083,96. De kantonrechter had Dexia veroordeeld tot betaling aan geïntimeerden, maar Dexia ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat het toegepaste categoriemodel van de kantonrechter achterhaald is en dat het Hofmodel moet worden toegepast om te beoordelen of de leaseovereenkomsten een onaanvaardbaar zware financiële last vormden. Uit de berekeningen bleek dat dit niet het geval was, waardoor de vorderingen van geïntimeerden grotendeels werden afgewezen.
Daarnaast werd rekening gehouden met een batig saldo uit een andere leaseovereenkomst, dat in mindering moest worden gebracht op de restschulden. Het hof veroordeelde geïntimeerden tot betaling van € 7.991,71 plus wettelijke rente en tot terugbetaling van € 11.098,69 plus rente aan Dexia. De proceskosten werden deels verrekend en deels aan geïntimeerden opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt geïntimeerden tot betaling van € 7.991,71 plus rente en tot terugbetaling van € 11.098,69 plus rente aan Dexia.