ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- R.J.M. Smit
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake condensvorming door verlegging verwarmingsleidingen in appartementsgebouw
Appellanten hebben in hun flat de verwarmingsleidingen van de muur naar de vloer verlegd. Geïntimeerde, eigenaar van de onderliggende garage, klaagde over condensvorming en vorderde teruglegging van de leidingen en schadevergoeding. De voorzieningenrechter oordeelde dat appellanten onrechtmatig hadden gehandeld en veroordeelde hen tot terugplaatsing van de leidingen.
Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze veroordeling. Zij stelden dat er meerdere mogelijke oorzaken voor de condensvorming zijn en overlegden een rapport van een bouwkundig adviesbureau dat geen verband zag tussen de verlegde leidingen en de condensatie. Geïntimeerde bleef bij haar standpunt dat de verlegging de oorzaak was en beriep zich op strijd met artikel 5:108 BW Pro.
Het hof overwoog dat alleen het feit dat de condensvorming na de verlegging optrad onvoldoende is om causaal verband aan te nemen. De deskundigenrapporten verschillen van mening en alternatieve oorzaken kunnen niet worden uitgesloten. Nader onafhankelijk onderzoek is noodzakelijk, maar dat is in kort geding niet mogelijk. Daarom vernietigt het hof het vonnis en wijst de gevraagde voorzieningen af. Geïntimeerde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de gevraagde voorzieningen af wegens gebrek aan voldoende aannemelijkheid van het causaal verband.