ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1869
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D. Kingma
- A. van Haeringen
- J.J.M. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Toekenning gezamenlijk gezag over minderjarige ondanks eerdere eenhoofdig gezag
Partijen hadden tot 2008 een relatie en hebben een kind geboren in 2003. De moeder oefent sinds de geboorte eenhoofdig gezag uit. De vader heeft het kind erkend en verzocht in 2008 om gezamenlijk gezag, wat in eerste aanleg werd afgewezen vanwege zorgen over de situatie van het kind en de communicatie tussen ouders.
Na een periode van ondertoezichtstelling en mediation, waarbij een ouderschapsplan werd opgesteld, verbeterde de communicatie tussen partijen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde geen nieuw onderzoek nodig te achten. De vader wilde gezamenlijk gezag om beter betrokken te zijn bij belangrijke beslissingen, zoals schoolkeuze, en om een gelijkwaardige positie te verkrijgen.
De moeder verzette zich tegen het verzoek, stellende dat de communicatie niet goed was en dat zij het gezag alleen wilde behouden. Het hof oordeelde echter dat de communicatie verbeterd is en dat er geen aannemelijk risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Het verzoek van de vader werd daarom toegewezen, de eerdere beschikking vernietigd en het gezamenlijk gezag toegekend.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader toe en belast hem samen met de moeder met het gezag over het kind.