ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1784
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinder- en partneralimentatie na ontslag en inkomensverlies
Partijen, gehuwd in 2006 en gescheiden in 2008, zijn in hoger beroep over alimentatie en zorgregeling voor hun minderjarige kind. De man is in 2010 op staande voet ontslagen, waardoor zijn inkomen aanzienlijk daalde. Hij startte een eigen onderneming met beperkt resultaat en verricht consultancy.
De rechtbank had een hogere alimentatie vastgesteld, gebaseerd op een inkomen van circa €95.000. De man betwistte dit en stelde dat zijn draagkracht moest worden berekend op basis van een lager inkomen van circa €30.000. Het hof oordeelt dat het inkomensverlies verwijtbaar is, maar niet volledig buiten beschouwing kan blijven. Daarom wordt een fictief inkomen van €60.000 gehanteerd.
De alimentatie wordt aangepast: de partneralimentatie wordt per 1 juli 2010 op nihil gesteld, de kinderalimentatie wordt verlaagd met correcties voor de feitelijke draagkracht en kostenverdeling met de nieuwe partner. De zorgregeling blijft aangehouden in afwachting van mediation. Verzoeken van de man tot beëindiging van alimentatie wegens wangedrag van de vrouw worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de alimentatieverplichtingen van de man op basis van een fictief inkomen en houdt de zorgregeling aan in afwachting van mediation.