ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1764
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Werkgever aansprakelijk voor schade na val schoonmaker door gladde vloer en gebrek aan instructie
De zaak betreft een arbeidsongeval waarbij appellant, een schoonmaker in dienst van KSB, op 21 januari 2001 is gevallen tijdens werkzaamheden met een schrobmachine op een vloer die vlak daarvoor was ingesopt en daardoor glad was. Appellant liep letsel aan zijn rechterpols op, wat uiteindelijk leidde tot blijvende arbeidsongeschiktheid.
In eerste aanleg wees de kantonrechter de vordering van appellant af, stellende dat KSB had aangetoond dat zij haar zorgplicht had nagekomen en dat appellant zelf schuld had aan het ongeval. Het hof oordeelt anders. Uit getuigenverklaringen en medische stukken blijkt dat appellant is uitgegleden op een gladde vloer en dat KSB geen instructies had gegeven over het gebruik van de schrobmachine, noch antislip-schoenen had aangeboden.
Het hof stelt vast dat KSB haar zorgplicht uit artikel 7:658 lid 1 BW Pro heeft geschonden, waardoor zij aansprakelijk is voor de door appellant geleden schade. De vordering wordt toegewezen met een voorschot van € 5.000 op materiële en immateriële schade en € 3.500 voor de kosten van een deskundige. De zaak zal verder worden voortgezet in een schadestaatprocedure.
Uitkomst: KSB is aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en voorschotten aan appellant wegens het arbeidsongeval.