ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1740
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 17 VBO-voorwaarden op courtage na beëindiging bemiddelingsovereenkomst
Trifolium Quattuor B.V. had een bemiddelingsovereenkomst gesloten met [Geïntimeerden] voor de verkoop van hun woning, waarbij de VBO-voorwaarden van toepassing waren verklaard. De opdracht werd op 1 juni 2010 beëindigd, waarna de woning op 25 november 2010 werd verkocht aan [X]. Trifolium vorderde betaling van courtage op grond van artikel 17 van Pro de VBO-voorwaarden, dat bepaalt dat courtage verschuldigd is indien de verkoop binnen drie maanden na beëindiging van de opdracht plaatsvindt en verband houdt met de dienstverlening van de makelaar.
De kantonrechter wees de vordering af omdat Trifolium onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een verband bestond tussen haar werkzaamheden en de verkoop. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het verband wel aannemelijk is, gelet op onder meer de Kom & Kijkdag, het contact met de koper en de verkoop binnen een half jaar na beëindiging van de opdracht. Het hof stelde ook dat een vooropgezet plan om de overeenkomst te beëindigen om courtage te ontlopen niet vereist is voor toepassing van artikel 17.
Het hof veroordeelde [Geïntimeerden] tot betaling van €8.642,38 plus wettelijke rente vanaf 25 januari 2011 en in de proceskosten van beide instanties. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [Geïntimeerden] tot betaling van courtage aan Trifolium op grond van artikel 17 VBO-voorwaarden.