ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8554
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.E. Molenaar
- R.J.M. Smit
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Uitbetaling niet-contractuele bonus na einde dienstverband en goed werkgeverschap
De werknemer was van november 2006 tot april 2010 in dienst bij RBS en ontving een discretionaire bonus over 2009 onder het '2010 Deferral Plan'. Na zijn overstap naar Parcom Capital Management B.V., onderdeel van ING Groep, weigerde RBS de resterende bonus uit te betalen op grond van een bepaling in het Plan die uitbetaling verbiedt bij werkzaamheden voor een concurrent.
Het hof oordeelt dat het beding in het Plan geen concurrentiebeding in de zin van art. 7:653 BW Pro is en dat de bonus niet onvoorwaardelijk was toegezegd. Hoewel het Plan onder Engels recht valt, blijft art. 7:611 BW Pro over goed werkgeverschap van toepassing. RBS heeft onvoldoende onderzocht of Parcom daadwerkelijk een concurrent is en heeft de werknemer niet gehoord voordat het besluit werd genomen.
De werknemer had op basis van de omstandigheden en verklaringen van leidinggevenden mogen aannemen dat Parcom geen concurrent was. Het hof concludeert dat RBS niet als goed werkgever heeft gehandeld door de bonus niet uit te betalen en bekrachtigt het vonnis dat RBS tot betaling veroordeelt.
Uitkomst: RBS moet de resterende bonus over 2009 aan de werknemer uitbetalen wegens strijd met goed werkgeverschap.