ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6705
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A. Goslings
- J.E. Molenaar
- J.F.M. Strijbos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag en toekenning schadevergoeding
In deze zaak is in hoger beroep beoordeeld of het ontslag van [Appellante] door De Rekere kennelijk onredelijk was. De kantonrechter wees dit af, maar het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was op grond van artikel 7:681 lid 2 sub b BW Pro.
[Appellante] was sinds 1987 in dienst als wachtdame en werd wegens bedrijfseconomische redenen ontslagen per 1 januari 2011, terwijl zij op dat moment ziek was. Het hof stelde vast dat De Rekere onvoldoende had onderbouwd dat het uitbesteden van diensten, waaronder de wachtdienst, bedrijfseconomisch noodzakelijk was. Tevens was onvoldoende voorzien in een passende functie voor [Appellante] na afloop van haar tijdelijke contract.
Het hof oordeelde dat De Rekere tekort was geschoten in de wijze waarop het ontslag was vormgegeven, mede gelet op de langdurige diensttijd en ziekte van [Appellante]. Daarom werd een bruto schadevergoeding van €20.000 toegekend ter compensatie van onder meer lagere uitkeringen en gemiste salarissen. Een immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van onrechtmatig handelen door De Rekere.
Daarnaast werd De Rekere veroordeeld in de proceskosten van beide instanties en tot terugbetaling van onverschuldigde proceskostenvergoeding. Het hof benadrukte dat de vergoeding vooral een genoegdoening moet bieden passend bij de ernst van de tekortkoming en niet gebaseerd moet worden op het volledige salaris tot pensioen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kent een bruto schadevergoeding van €20.000 toe aan [Appellante].