ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6695
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C. Meijer
- J.C.W. Rang
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging samenwerkingsovereenkomst catering met onmiddellijke ingang zonder instemming
Partijen waren betrokken bij een samenwerkingsovereenkomst voor de productie van cateringproducten, waarbij Almere Culinair de productie verzorgde voor geïntimeerden. Almere Culinair trad op als opvolger van een failliet verklaard cateringbedrijf en verzorgde ook de inkoop van ingrediënten. Op 20 september 2010 beëindigden geïntimeerden de samenwerking per direct wegens ontevredenheid over het product, zonder instemming van Almere Culinair.
Almere Culinair vorderde schadevergoeding wegens omzetderving, niet-betaalde voorraden en facturen, en onrechtmatige toe-eigening van receptuur. De rechtbank wees alle vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis voor zover het de vorderingen in conventie betrof. Het hof oordeelde dat Almere Culinair niet had ingestemd met de onmiddellijke beëindiging en dat de opzegging zonder redelijke termijn en schadeloosstelling een tekortkoming vormde.
Het hof stelde een redelijke opzegtermijn van drie maanden vast en kende Almere Culinair een schadevergoeding toe voor gederfde winst en een bedrag voor speciaal ingekochte voorraden. De vordering voor onbetaalde facturen werd slechts gedeeltelijk toegewezen, en de vordering wegens onrechtmatige toe-eigening van receptuur werd niet gehandhaafd. De kosten van het geding werden aan geïntimeerden opgelegd. Het incidenteel hoger beroep van geïntimeerden werd verworpen.
Uitkomst: Geïntimeerden worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige onmiddellijke beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst.