ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5366
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- A.R. Sturhoofd
- J.J.M. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eenhoofdig gezag en toepassing Turks recht op huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn in 2003 gehuwd en hebben twee kinderen. Het huwelijk is in 2012 ontbonden. De rechtbank had het gezag over de kinderen aan de vrouw toegekend, de man het recht op omgang ontzegd en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding vastgesteld. De man kwam in hoger beroep tegen deze beslissingen.
Het hof overweegt dat er sprake is geweest van huiselijk geweld door de man jegens de vrouw, wat ook psychische gevolgen heeft gehad voor de vrouw en de kinderen. De vrouw is belast met het eenhoofdig gezag. Het hof acht het risico aanwezig dat bij gezamenlijk gezag de kinderen klem en verloren raken tussen de ouders. De man toont onvoldoende inzicht in zijn gedragingen en het effect daarvan op de kinderen. Daarom wordt het verzoek van de man tot bijdrage in de kosten afgewezen en de omgangsregeling bekrachtigd met ontzegging.
Ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap verschillen partijen over het toepasselijke recht. Het hof overweegt dat het Turks recht van toepassing is op grond van het Haags Huwelijksvermogensverdrag, maar dat het Nederlandse recht vanaf het moment dat de man zijn gewone verblijfplaats in Nederland vestigt, van toepassing wordt. De wijziging van het toepasselijke recht geldt alleen voor de toekomst. Het hof houdt de zaak aan om nadere stukken te ontvangen over de vestigingsdatum en de waarde van de vermogensbestanddelen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vrouw, wijst het verzoek tot bijdrage van de man af en houdt de verdeling van het huwelijksvermogen aan voor nadere stukken.