ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4821
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijk ontslag bij bedrijfseconomische opzegging van langdurig werknemer
Appellant was sinds 1993 in dienst bij geïntimeerde en werd in 2009 ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Hij vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat het ontslag onredelijk was vanwege de gevolgen voor hem en het ontbreken van passende voorzieningen.
De kantonrechter wees de vorderingen af, waarna appellant in hoger beroep kwam met één grief gericht op het gevolgencriterium van kennelijk onredelijk ontslag. Het hof beoordeelde of geïntimeerde als goed werkgever had gehandeld en concludeerde dat appellant onvoldoende concrete feiten had gesteld die tekortkomingen bij geïntimeerde aantoonden.
Het hof nam mee dat appellant een suppletie op zijn WW-uitkering en een outplacementbudget had ontvangen, en dat hij geen gebruik had gemaakt van een aanvullende pensioenregeling. Gelet op de omstandigheden was het ontslag niet kennelijk onredelijk. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.