ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4633
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ondernemerschap en boetebeschikkingen omzetbelasting advocaat
Belanghebbende, een advocaat, was tussen 2003 en 2006 shareholder van een personal association, maar het hof bevestigt dat zij niet de vereiste zelfstandigheid bezat om als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 te worden aangemerkt. De rechtbank had dit eerder ook vastgesteld en het hof sluit zich daarbij aan.
Het geschil betrof ook de correctie van de aftrek van voorbelasting, met name inzake privégebruik van auto’s en de aftrek van voorbelasting op polokosten en autokosten. Belanghebbende slaagde er niet in aan te tonen dat de correcties niet proportioneel waren, mede doordat zij geen relevante gegevens over het privégebruik van de auto’s aanleverde.
Ten aanzien van de opgelegde boetes oordeelt het hof dat een deel van de boetes onterecht is opgelegd omdat sprake is van een pleitbaar standpunt, maar dat voor de aftrek van voorbelasting zonder onderliggende facturen en de dubbele aftrek van autokosten sprake is van grove schuld. Het hof vernietigt en vermindert daarom de boetebeschikkingen gedeeltelijk en bevestigt de naheffingsaanslagen. Tevens veroordeelt het hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslagen, vernietigt en vermindert deels de boetebeschikkingen en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.