ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ2398
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- C.G. Kleene-Eijk
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer wegens vermeende partijdigheid in strafzaak
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de derde meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam, mr. [raadsheer A], wegens diens lidmaatschap van de VVD en vermeende betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in Irak. Verzoeker vreesde hierdoor een gebrek aan onpartijdigheid in zijn strafzaak in hoger beroep.
Het hof heeft het wrakingsverzoek en de verzoeken tot verwijzing naar de raadsheer-commissaris en officier van justitie afgewezen. Het hof oordeelde dat het lidmaatschap van de VVD op zichzelf geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid en dat de gevreesde partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd is. Daarnaast werd geoordeeld dat nader onderzoek door de raadsheer-commissaris niet noodzakelijk was.
Het hof stelde vast dat verzoeker meerdere wrakingsverzoeken met dezelfde motivering had ingediend, wat als misbruik van procesrecht werd beschouwd. Daarom bepaalde het hof dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling zal worden genomen. De beschikking werd uitgesproken op 31 januari 2013 door mr. Noordhuizen, mr. Kleene-Eijk en mr. Kemmers.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek en overige verzoeken worden afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.