ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ0802
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- C.G. Kleene-Eijk
- A.R. van Wieren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering machtiging verwerping nalatenschap curandus
Appellante, curator van haar broer [Y], die onder curatele staat vanwege een geestelijke stoornis, verzocht om machtiging om namens hem zijn legitieme portie in de nalatenschap van hun moeder te verwerpen. De kantonrechter wees dit verzoek af omdat de wettelijke termijn voor het afleggen van de verklaring van verwerping was verstreken zonder dat een verlenging was aangevraagd.
In hoger beroep stelde appellante dat de machtiging toch verleend moest worden, onder meer omdat verwerping in het belang van [Y] zou zijn. Het hof overwoog dat de wettelijke termijn van drie maanden strikt is en dat geen verlenging was aangevraagd, waardoor de nalatenschap als beneficiair aanvaard geldt. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde.
Ten overvloede oordeelde het hof dat ook inhoudelijk geen belang bestond bij verwerping, aangezien de nalatenschap positief was en het vermogen onder beheer van de curator stond, waardoor de veiligheid van [Y] niet in gevaar was. De vraag naar doelmatigheid van belegging was irrelevant. Het hoger beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de machtiging voor verwerping van de nalatenschap namens de curandus wordt niet verleend.