Uitspraak
mr. T.J. Teggelaar, kantoorhoudende te Nijmegen,
mr. W.A.J. Hagen, kantoorhoudende te Arnhem,
[Belanghebbende sub 2],
mr. W.A.J. Hagen, kantoorhoudende te Arnhem.
Het verloop van het geding
2 De feiten
B. V&M (…) verleent aan [Belanghebbende sub 1] het recht alle door V&M (…) gehouden aandelen in [verweerster] te kopen indien:
De management-overeenkomst tussen V&M (…) en [verweerster] wordt verbroken;
De koopsom van de bedoelde aandelen zal alsdan gelijk zijn aan de waarde van het desbetreffende pakket aandelen ten tijde van het gebruik maken van de bij deze verleende koopoptie, welke waarde zal worden vastgesteld volgens de verbeterde rentabiliteitsmethode door drie registeraccountants (…).
(…)
Deze overeenkomst is ingegaan op 1 januari 2003 en geldt voor onbepaalde tijd. De overeenkomst kan zowel door [V&M] als door [verweerster] worden opgezegd, waarbij door beide partijen een opzegtermijn geldt van ½ jaar (…).”
1. De jaarlijkse managementfee die [verweerster] (…) is verschuldigd, bedraagt vanaf 1 januari 2006 voor V&M (…) € 125.000 (exclusief BTW) en voor[Belanghebbende sub 1]
€ 135.000 (exclusief BTW). Jaarlijks voor het eerst op 1 januari 2007 zal de managementfee worden verhoogd met een percentage gelijk aan de stijging van de CPI (consumentenprijsindex) waarbij 2006=100. (…)
Artikel 2.
in privé persoon of in een nader door haar te noemen entiteit” een overeenkomst gesloten getiteld “faciliteren klantenbestand”. [B] was toen directeur/grootaandeelhouder van het vervoersbedrijf [B] Deze overeenkomst houdt onder meer in:
Artikel 01 - binnenlandpakket
Voordat je met BP aan tafel gaat graag even contact over de status met [B]en de curator. Door zijn malafide handelen ligt er nu naar schatting een claim van enkele tonnen van de curator.”
er geen sprake [is] van een afspraak met [B] om de klanten, het onderhanden werk en de nieuwe opdrachten over te nemen”. Met betrekking tot de opleggers heeft [Belanghebbende sub 2] geschreven dat deze ten tijde van de levering op naam stonden van [B] (in persoon) en dat hij geen informatie had dat deze van een andere (rechts)persoon zouden zijn.
Ik heb [A] verteld over de brief van de curator en ook (...) over de brief die ik samen met mijn advocaat teruggeschreven heb. Ik heb hem niet inhoudelijk beide brieven laten zien, hij heeft er ook niet om gevraagd. (…) Ik heb hem ook niet verteld over de overeenkomst tussen [verweerster] met [B] en alle overige details over deze kwestie.”