Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4 augustus 2010 na op 3 augustus 2010 daartoe verkregen toestemming van het UWV.
1 december 2009 statutair bestuurder van Beheer geweest.
Honorering en inkomensgarantie” bepaald dat het salaris van [appellant] tot en met 31 december 2009 onveranderd blijft en met ingang van 1 januari 2010 met twintig procent wordt verlaagd en dat [appellant] “
met 60 jaar (8 augustus 2012) met pensioen(zal
) gaan”.
4 augustus 2010 kennelijk onredelijk is, en veroordeling van Beheer tot betaling van:
Grief 3betoogt dat de kantonrechter op dat onderdeel van de vordering ten onrechte niet heeft beslist hoewel Beheer dit niet heeft weersproken.
Grief 1klaagt erover dat de kantonrechter de wettelijke rente niet heeft toegewezen over de bruto verschuldigde bedragen.
grief 4. [appellant] wijst op de kop boven artikel 4 van Pro de overeenkomst van functiewijziging, luidende “Honorering en inkomensgarantie” en stelt dat hij alleen omdat hij een inkomensgarantie zou krijgen bereid is geweest terug te treden als statutair bestuurder. Met dat terugtreden werd beoogd een einde te maken aan de jarenlange geschillen die [appellant] had met de andere statutair bestuurder (en groot aandeelhouder) van Beheer, [Y]. Alleen onder de druk van een noodzakelijke herfinanciering en omdat het beter was als er nog maar één kapitein op het schip zou zijn ([Y]) heeft [appellant] ingestemd met de overeenkomst tot functiewijziging, zo stelt hij.
de grieven 5, 6 en 7,die zich lenen voor gezamenlijke behandeling. Het hof overweegt als volgt.
4.Beslissing
- € 6.669,99 bruto ter zake van premie zorgtoeslag;
- € 75.000,-- bruto als schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag
4 augustus 2010;