ECLI:NL:GHAMS:2013:4638
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- B.F.P. Lhoëst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging DNA-onderzoek en kostenveroordeling in vaderschapszaak
In deze civiele zaak in hoger beroep gaat het om de vraag of het DNA-onderzoek ter vaststelling van het vaderschap van de man over de minderjarige terecht is bevolen en wie de kosten daarvan moet dragen.
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen eerdere beschikkingen waarin Stichting Sanquin werd benoemd als deskundige voor het DNA-onderzoek en waarin zij en de man elk werden veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten van € 990,-. De vrouw betoogt dat het DNA-onderzoek niet noodzakelijk was omdat beide partijen het vaderschap erkennen en dat de kosten voor de staat moeten komen vanwege hun financiële situatie.
Het hof oordeelt dat het DNA-onderzoek terecht is bevolen omdat het vaststellen van het biologische vaderschap niet ter vrije bepaling staat en dat de man aanspraak maakte op het onderzoek. Ook is het belang van de minderjarige, gelet op haar Marokkaanse achtergrond, groot bij juridische vaststelling van het vaderschap. Het verzoek van de vrouw om de kosten voor de staat te laten komen wordt afgewezen omdat dit geen wettelijke grondslag heeft.
De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover haar beroep ziet op de kostenveroordeling van de man. De rest van de beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het DNA-onderzoek en veroordeelt vrouw en man elk tot betaling van de helft van de kosten.