Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil
4.Beoordeling van het hoger beroep
€ 73.688,60 + PM
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2002 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2010 gescheiden. Het geschil betreft de verdeling van het vermogen, waaronder een woning, een effectendepot en diverse schulden, conform de huwelijkse voorwaarden.
De vrouw betwistte de verkoop van de woning en wilde deze aan haar toedelen onder voorwaarden, maar kon niet aantonen dat zij de financiering kon dragen. Het hof bevestigde daarom de verkoop aan een derde. De verdeling van de hypothecaire lening bij DSB bank, de renteverdeling en de verrekening van diverse schulden en vergoedingen werden uitvoerig besproken en vastgesteld.
De vrouw is veroordeeld tot betaling van € 73.688,60 aan de man, exclusief de nog vast te stellen overwaarde of restschuld van de woning. Tevens is bepaald dat zij 61% van de rente op de DSB-lening vanaf oktober 2013 betaalt. Proceskosten zijn gecompenseerd en het hoger beroep is deels gegrond verklaard.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld tot betaling van € 73.688,60 aan de man en de verkoop van de woning aan een derde is bekrachtigd.