ECLI:NL:GHAMS:2013:4329
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. van den Bergh
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- A.V.T. de Bie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderbijdrage en ingangsdatum na echtscheiding
In deze zaak stond de vaststelling van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen centraal. De vrouw vorderde een bijdrage van €300 per kind per maand, terwijl de man betwistte dat hij hiervoor draagkracht had. Het hof stelde vast dat de man niet voldeed aan het bevel om salarisbetalingen te overleggen en onvoldoende bewijs leverde om zijn draagkracht te betwisten.
De man had een arbeidsovereenkomst overgelegd, maar de vrouw betwistte de echtheid hiervan gemotiveerd. Het hof oordeelde dat het op de man rustte om met aanvullende stukken aan te tonen dat hij het salaris daadwerkelijk verdiende, hetgeen hij naliet. Hierdoor kon het hof geen draagkrachtvergelijking maken en ging het uit van de stellingen van de vrouw.
Verder verzocht de vrouw om een terugwerkende kracht van de kinderbijdrage vanaf 1 juli 2010 of subsidiair 11 november 2011. Het hof wees dit af vanwege de omstandigheden, waaronder het feit dat de man in 2010 in het buitenland ging werken om financiële orde te scheppen. Het hof stelde de ingangsdatum vast op de datum van inschrijving van de echtscheiding in de burgerlijke stand.
De beschikking werd vernietigd voor zover de bijdrage was bepaald en vervolgens opnieuw vastgesteld. De man moet vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding €300 per kind per maand betalen, bij vooruitbetaling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige in hoger beroep verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Man moet vanaf inschrijving echtscheiding €300 per kind per maand betalen als bijdrage in kosten verzorging en opvoeding.