ECLI:NL:GHAMS:2013:4203
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- A.N. van de Beek
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep inzake wijziging voorlopige voorzieningen na echtscheiding
Partijen zijn in 2003 gehuwd en in 2012 gescheiden. Na de echtscheiding zijn voorlopige voorzieningen getroffen met betrekking tot kinderalimentatie, partneralimentatie en hypotheeklasten van de echtelijke woning. De man verzocht om wijziging van deze voorzieningen, waarbij de rechtbank bepaalde dat hij vanaf 1 januari 2012 minder kinderalimentatie zou betalen en geen partneralimentatie meer verschuldigd was, en dat zijn verplichting tot betaling van hypotheeklasten zou vervallen.
De vrouw ging in hoger beroep tegen deze beschikking, stellende dat het appelverbod van artikel 824 Rv Pro niet doorbroken kon worden en dat de rechtbank ten onrechte de hypotheeklasten had betrokken bij de wijziging. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht buiten het appelverbod was getreden omdat de voorzieningen van verschillende aard zijn dan de kortgedingvonnis en dat de rechtbank het verzoek van de man mocht interpreteren als een wens om niet langer hypotheeklasten te betalen.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk en wees haar verzoek tot veroordeling van de man in de proceskosten af. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis in kort geding staat niet in de weg aan wijziging van voorlopige voorzieningen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk en compenseert de kosten van het hoger beroep.