ECLI:NL:GHAMS:2013:4199
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M. Meerman-Padt
- Rechtspraak.nl
Voorkeursbenoeming zuster tot mentor en bewindvoerder bij mentorschap en bewind
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kantonrechter die [X] benoemde tot mentor en bewindvoerder van haar zuster, de rechthebbende. De oorspronkelijke beschikking stelde een mentorschap en bewind in, waarbij appellante verzocht werd zelf tot mentor en bewindvoerder te worden benoemd.
Het hof overwoog dat op grond van de artikelen 1:435 lid 4 en 1:452 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek de voorkeur uitgaat naar een naaste familielid, zoals een zuster, als mentor en bewindvoerder. Uit het dossier en de zitting bleek geen contra-indicatie tegen de benoeming van appellante. Bovendien verklaarden de andere zusters zich akkoord met haar benoeming en had ook de huidige bewindvoerder geen bezwaar.
Gezien het feit dat het beter gaat met de rechthebbende en zij weer thuis woont, achtte het hof de benoeming van appellante passend. De beschikking van de kantonrechter werd daarom vernietigd voor zover [X] was benoemd, en appellante werd benoemd tot mentor en bewindvoerder. Deze benoeming gaat in op de dag na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Appellante wordt benoemd tot mentor en bewindvoerder in plaats van [X].