Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- de curatoren [a] en [c], bijgestaan door hun advocaat mr. G. de Bock voornoemd;
- [b], bijgestaan door zijn advocaat mr. G.M. de Weerd, advocaat te Rotterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat centraal of de zoon van de curandus als belanghebbende kan worden aangemerkt en daardoor bevoegd is om verweer te voeren en incidenteel hoger beroep in te stellen in een machtigingsprocedure. Het hof stelt vast dat deze procedure een beperkte regeling is waarbij slechts de curandus en de curatoren betrokken zijn. De zoon kan daarom niet als belanghebbende worden beschouwd en is niet-ontvankelijk in zijn incidenteel hoger beroep.
Verder is aan de orde of de kantonrechter terecht de voorwaarde heeft verbonden aan de machtiging voor betaling van de kosten van het hoger beroep uit het vermogen van de curandus, namelijk dat de procedure in hoger beroep gewonnen moet worden. Het hof vernietigt deze voorwaarde omdat het belang van de curandus bij voortzetting van de procedure en de verhouding tussen kosten en financieel belang dit niet rechtvaardigen.
Het hof verleent de curatoren zonder voorwaarde machtiging om de kosten van het hoger beroep en de onderhavige procedure uit het vermogen van de curandus te voldoen. De beschikking wordt voor zover nodig uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het incidenteel hoger beroep van de zoon wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De zoon is niet-ontvankelijk in zijn incidenteel hoger beroep en de voorwaarde aan de machtiging voor kostenbetaling wordt vernietigd.