Uitspraak
mr. O.H.A. Mo-Ajok te Amsterdam,
mr. I.N.A. Denninger te Haarlem.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief 4betoogt H.W. Holding dat het aandeelhoudersbesluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid omdat haar bestuurder [W.] onvoorbereid was, juridisch niet geschoold was, in een emotionele gemoedstoestand verkeerde en werd misleid omtrent het onderwerp van de vergadering. Het hof verwerpt dit betoog, omdat [W.] onmiskenbaar in kennis is gesteld van het aan de orde gebrachte voorstel om H.W. Holding als bestuurder te ontslaan, (zoals ook - onbestreden - toegelicht ter zitting in hoger beroep) zodat van misleiding geen sprake was. Dat hij onvoorbereid zou zijn geweest, juridisch niet geschoold en geëmotioneerd maakt niet dat het besluit jegens H.W. Holding strijd is met de redelijkheid en billijkheid, nu zij bij monde van [W.] zelf met dat besluit heeft ingestemd en dienovereenkomstig heeft gehandeld.