ECLI:NL:GHAMS:2013:3850
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing van onderbewindstelling wegens beëindiging schuldenregeling en herstel vermogensbeheer
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het verzoek tot opheffing van het bewind had afgewezen. De onderbewindstelling was ingesteld in 2006 vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van de rechthebbende die haar vermogensrechtelijke belangen niet zelf kon behartigen.
De schuldenregeling die in 2010 via de Kredietbank was getroffen, is per 1 januari 2013 succesvol beëindigd. De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen bij de zitting in hoger beroep. De rechthebbende verklaarde dat sinds de beëindiging van de schuldenregeling geen nieuwe schulden zijn ontstaan, op een oude schuld uit 2004 na die thans wordt afgelost.
Het hof concludeert dat de oorzaken voor de onderbewindstelling niet meer bestaan en dat de rechthebbende haar vermogensrechtelijke belangen nu zelf behoorlijk kan waarnemen. Gezien het ontbreken van recente informatie van de bewindvoerder en de verklaringen van de rechthebbende, wordt het verzoek tot opheffing van het bewind toegewezen en de eerdere beschikking vernietigd.
Uitkomst: Het hof heft het bewind op omdat de oorzaken voor de onderbewindstelling niet meer bestaan en de rechthebbende haar vermogensrechtelijke belangen zelf kan behartigen.