ECLI:NL:GHAMS:2013:3689
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep WOZ-waarde slooprijp perceel met nadruk op grondwaarde
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een perceel met een slooprijpe woning vast op € 424.000. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de waarde alleen uit de grondwaarde moest bestaan vanwege de slechte staat van de opstallen. De rechtbank stelde de waarde vast op € 387.000 en vernietigde de eerdere beschikking. Zowel belanghebbende als de heffingsambtenaar gingen in hoger beroep.
Het Hof bevestigde dat de woning feitelijk slooprijp is en dat de waarde uitsluitend uit de grondwaarde moet bestaan. De taxaties van de heffingsambtenaar die de woning als samenstel van grond en opstal waardeerden, werden als niet valide beschouwd. Het Hof achtte de vergelijkingsobjecten van bouwpercelen geschikt, corrigeerde de waardering voor ligging en sloopkosten en kwam uit op dezelfde WOZ-waarde van € 387.000.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding aan belanghebbende toekende voor het taxatierapport en andere kosten. Het Hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van € 286,17 aan proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het incidenteel hoger beroep van de heffingsambtenaar werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: WOZ-waarde vastgesteld op € 387.000 exclusief opstalwaarde en heffingsambtenaar veroordeeld tot proceskostenvergoeding.