Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. R.G.E. de Vrieste Diemen,
mr. K. Zeylmakerte Breda.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze arbeidsrechtelijke zaak staat centraal of appellant als werknemer kan worden aangemerkt op grond van artikel 1 sub b onder Pro 2 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA). Appellant had een opdracht van Stichting Epafras voor de volledige productie van het blad 'Gezant uit Nederland'. De relatie werd door Epafras per 1 januari 2010 beëindigd, waarna appellant stelde dat dit onrechtmatig was omdat er sprake was van een arbeidsverhouding die niet zonder toestemming van het UWV mocht worden beëindigd.
De kantonrechter oordeelde dat appellant zich bij de werkzaamheden liet bijstaan door meer dan twee helpers, waardoor niet aan de cumulatieve voorwaarde van het BBA werd voldaan. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de helpers slechts beperkt waren en dat niet iedereen betaald werd, maar het hof verwierp deze argumenten. Het hof stelde vast dat meerdere personen, betaald of onbetaald, substantieel bijdroegen aan het blad en dat het niet uitmaakt of zij door appellant of Epafras waren aangezocht.
Het hof concludeerde dat appellant geen werknemer is in de zin van het BBA en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant geen werknemer is in de zin van het BBA en veroordeelt hem in de proceskosten.