ECLI:NL:GHAMS:2013:3426
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Boumans
- Van Rijn
- Berben
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding voorarrest na niet-ontvankelijkverklaring OM
Verzoeker was in verzekering gesteld op verdenking van een opzettelijke overtreding van artikel 2 van Pro de Opiumwet en heeft vervolgens ruim een jaar voorarrest ondergaan. De strafzaak eindigde met een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie door het gerechtshof, die onherroepelijk werd.
Het verzoek van verzoeker om een schadevergoeding van €24.475,- wegens de ondergane voorarrestperiode werd beoordeeld. Het hof stelde vast dat er geen aanwijzingen waren dat het Openbaar Ministerie zijn vervolgingsrechten had verspeeld door vormverzuimen die het recht op een eerlijke behandeling van verzoeker hadden geschonden.
Hoewel het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard en daarmee geen verantwoordelijkheid wilde nemen voor het opsporingsonderzoek, zag het hof op basis van alle omstandigheden geen aanleiding om de berechting voort te zetten. Het hof oordeelde dat er geen gronden van billijkheid waren om vergoeding toe te kennen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om vergoeding voor geleden schade door voorarrest af.