ECLI:NL:GHAMS:2013:3263
Gerechtshof Amsterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na vrijspraak poging tot moord wegens ontbreken billijkheid
Verzoeker heeft een schadevergoeding van €63.045,- geëist wegens de periode van inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak waarin hij werd verdacht van poging tot moord. De zaak eindigde met een vrijspraak. Verzoeker beriep zich aanvankelijk op zijn zwijgrecht tijdens het onderzoek, maar legde later verklaringen af.
Het hof heeft het procesverloop en de omstandigheden van de zaak onderzocht, waaronder de ernst van het ten laste gelegde feit en de noodzaak van nader onderzoek. Ondanks de vrijspraak oordeelde het hof dat de voorlopige hechtenis rechtmatig was en dat de duur daarvan voor rekening van verzoeker komt, mede omdat hij pas laat in de procedure is gaan verklaren.
Het hof concludeerde dat er geen gronden van billijkheid zijn die een schadevergoeding rechtvaardigen. De complexiteit van de zaak en de noodzaak van diepgaand onderzoek maakten de duur van het vooronderzoek en voorlopige hechtenis proportioneel. Het verzoek tot schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen gronden van billijkheid zijn aangetoond.