Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
subsidiair: voor zover het hof het vonnis van de kantonrechter in stand zou laten, [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een vergoeding ex artikel 7:653, lid 4, Burgerlijk Wetboek (BW) van € 2.500,- netto per maand voor elke maand dat [appellant] zijn dienstverband met [X]heeft moeten beëindigen tot het moment waarop het concurrentiebeding zijn werking verliest, met veroordeling van [geïntimeerde] in de koste van beide instanties.
2.Feiten
;
;
.
.